Update over het Zomerakkoord: wat is de impact op werkgevers?

Update over het Zomerakkoord: wat is de impact op werkgevers?

In 2025, na de federale verkiezingen van 2024 en de nota van de formateur, werd op 31 januari 2025 een regeerakkoord bereikt. Dit document heeft de politieke koers vastgelegd en bevatte verschillende belangrijke hervormingen inzake werk en de organisatie van de arbeidsmarkt.

Op 21 juli 2025, vlak voor het zomerreces, zette de regering De Wever een volgende stap met de goedkeuring van een ‘Zomerakkoord’. Dit pakket maatregelen verduidelijkt en vult de afspraken in het regeerakkoord aan. Sommige bepalingen werden reeds bevestigd in een Programmawet die is aangenomen, terwijl andere nog in wetteksten moeten worden gegoten, besproken en/of gestemd moeten worden in het parlement:

De volgende maatregelen zijn officieel in werking getreden na de publicatie van de Programmawet in het Belgisch Staatsblad:

  • Plafonnering van patronale sociale zekerheidsbijdragen op hoge lonen: zoals aangekondigd in onze vorige nieuwsbrief voorziet de Programmawet dat de patronale sociale zekerheidsbijdragen worden geplafonneerd vanaf 1 juli 2025. Boven een loon van 85.000 EUR per kwartaal (bedrag onderhevig aan indexatie) hoeft de werkgever geen bijdragen meer te betalen. Met andere woorden: bijdragen zijn enkel verschuldigd op het gedeelte van het loon onder 85.000 EUR per kwartaal.
  • Verlenging van relance-uren en vrijstelling van bedrijfsvoorheffing op overuren tot eind 2025, in afwachting van een structurele verhoging die nog moet worden uitgewerkt. Meer details over dit onderwerp vindt u terug in onze vorige nieuwsbrief.
  • Werkloosheidsuitkeringen bij ontslagname: vroeger werden werknemers die zelf ontslag namen automatisch uitgesloten van werkloosheidsuitkeringen. De Programmawet voorziet dat werknemers die ontslag nemen vanaf 1 maart 2026 – onder bepaalde voorwaarden, met name inzake gewerkte dagen – recht hebben op een werkloosheidsuitkering, één keer per loopbaan en voor een maximale duur van zes maanden.

De volgende maatregelen zijn wel aangekondigd, maar nog niet officieel aangenomen. Er verandert voorlopig niets:

  • Maaltijdcheques: optionele en geleidelijke verhoging van de maximale waarde van 8 EUR naar 10 EUR per dag vanaf 1 januari 2026. Hierover is nog geen ontwerptekst ingediend of opgesteld.
  • Geleidelijke afschaffing van ecocheques: deze maatregel, die oorspronkelijk werd aangekondigd in het regeerakkoord van januari 2025, is sindsdien niet verder uitgewerkt.
  • Het bijzonder belastingstelsel voor ingekomen belastingplichtigen en onderzoekers zal aantrekkelijker worden gemaakt.
  • Maatregelen inzake arbeidsongeschiktheid, zoals de mogelijkheid om een re-integratietraject te starten vanaf de eerste dag van arbeidsongeschiktheid, beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens medische overmacht na zes maanden in plaats van negen maanden ononderbroken arbeidsongeschiktheid, de verplichting tot het voeren van een actief absenteïsmebeleid, enz.
  • Verplicht mobiliteitsbudget: vanaf 1 januari 2026 zal elke werkgever die bedrijfswagens ter beschikking stelt, verplicht zijn ook een mobiliteitsbudget als alternatief aan te bieden. Dit zou echter niet gelden voor bedrijfswagens die deel uitmaken van een cafetariaplan of een loonruilregeling (“salary sacrifice”).

    Het regeerakkoord voorziet bovendien op termijn in een ‘algemeen’ mobiliteitsbudget voor elke werknemer, ongeacht of een bedrijfswagen wordt aangeboden.

    Voor deze twee maatregelen zijn er sinds het regeerakkoord nog geen concrete ontwikkelingen geweest.

Wij houden u op de hoogte zodra de officiële teksten worden gepubliceerd en de data van inwerkingtreding worden verduidelijkt.

Verlenging relance-uren en vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing overuren 2025

Verlenging relance-uren en vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing overuren 2025

Het Arizona regeerakkoord dat eind januari 2025 werd bereikt, voorziet in een structurele verhoging van het aantal vrijwillige overuren dat een werknemer kan presteren (360 uren per jaar), alsook in een vereenvoudiging van de formaliteiten. De implementatie van deze maatregel was voorzien voor 1 juli 2025 maar neemt meer tijd in beslag dan verwacht.

Bijgevolg voorziet de Programmawet die op 29 juli 2025 in het Belgisch Staatsblad werd gepubliceerd in een nieuwe tijdelijke verlenging van twee reeds bestaande maatregelen:

  • De relance-uren, 120 vrijwillig te presteren netto overuren die bovenop de wettelijke 100 vrijwillige overuren komen, en die initieel werden ingevoerd als steunmaatregel tijdens de Covid 19 crisis werden opnieuw ingevoerd vanaf 1 juli 2023 tot 30 juni 2025.
  • De gedeeltelijke vrijstelling bedrijfsvoorheffing voor overuren met toeslag werd verlengd.

Deze tijdelijke verlenging loopt zes maanden, van 1 juli 2025 tot en met 31 december 2025.

Relance-uren

Het verschil met gewone vrijwillige overuren

Een werknemer kan 100 vrijwillige overuren presteren per kalenderjaar (uitgebreid naar 120, maar voor de relance-uren wordt het basiscontingent van 100 overuren gehanteerd).

Relance-uren zijn 120 bijkomende vrijwillige overuren per jaar die bovenop deze gewone vrijwillige overuren kunnen gepresteerd worden. Ze verschillen echter op een aantal punten van de gewone vrijwillige overuren:

  • Er bestaat geen interne overurengrens voor relance-uren.
  • Er bestaat geen verplichte overloontoeslag op overwerk bij relance-uren. De werkgever kan het wel vrijwillig toekennen.
  • Relance-uren worden netto toegekend, er zijn dus noch RSZ-bijdrage noch belastingen verschuldigd.

Toepassingsvoorwaarden

Zoals voor de gewone vrijwillige overuren, moeten werkgever en werknemer een voorafgaand schriftelijk akkoord sluiten over de relance-uren. Dit akkoord is maximaal 6 maanden geldig en moet daarna hernieuwd worden.

De grens van 120 relance-uren geldt voor het kalenderjaar 2025. Een werknemer die in de periode van 1 januari 2025 tot en met 30 juni 2025 reeds 120 relance-uren heeft gepresteerd, heeft zijn recht dus volledig uitgeput en kan niet opnieuw 120 relance-uren presteren in de periode van 1 juli 2025 tot en met 31 december 2025.

De relance-uren kunnen gepresteerd worden, ook al zijn de gewone vrijwillige overuren nog niet opgebruikt.

Ook voor relance-uren geldt een maximum dag- en weekgrens, namelijk 11 uur per dag en 50 uur per week.

Vrijstelling bedrijfsvoorheffing en sociale zekerheidsbijdragen

De relance-uren zijn vrijgesteld van bedrijfsvoorheffing en sociale zekerheidsbijdragen. Dit zijn dus “netto” overuren.

Fiscaal gunstregime: gedeeltelijke vrijstelling van bedrijfsvoorheffing voor 180 overuren

Voor overuren die niet onder bovenstaand regime vallen (zoals bijvoorbeeld de gewone vrijwillige overuren), is er in principe wél een overloontoeslag verplicht. Voor dit type van overuren is er dan wel een gedeeltelijke vrijstelling van bedrijfsvoorheffing voor 130 overuren per kalenderjaar:

  • Voor de werkgever: vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing van 41,25 % van het brutoloon dat als basis dient voor de berekening van het overloon en waarop een toeslag van 50 of 100% verschuldigd is.
  • Voor de werknemer: vrijstelling van bedrijfsvoorheffing van 57,75 % van het brutoloon dat als basis dient voor de berekening van het overloon en waarop een toeslag van 50 of 100% verschuldigd is.

Voor 2021 tot en met juni 2023 werd dit aantal overuren tijdelijk opgetrokken naar 180 overuren per kalenderjaar. De gedeeltelijke vrijstelling werd opnieuw opgetrokken naar 180 overuren per kalenderjaar vanaf 1 juli 2023 tot en met 30 juni 2025, en deze laatste datum wordt nu verder verschoven naar 31 december 2025.

Uw Payroll Business Partner past dit automatisch toe indien van toepassing.

! Actiepunt: Indien u gebruik wenst te maken van de voordelige relance-uren, gelieve dit zo door te geven aan uw Payroll Business Partner en leef bovenstaande voorwaarden na. Uw Payroll Business Partner kan u een model van akkoord voor de werknemer bezorgen. Voor meer vragen over overuren kunt u steeds terecht bij ons juridisch departement. Wij zullen de evolutie rond de structurele invoering van de relance-uren opvolgen en u verder informeren.

Status in 2025 van de terugbetaling van elektriciteitskosten voor elektrische bedrijfswagens in België

Status in 2025 van de terugbetaling van elektriciteitskosten voor elektrische bedrijfswagens in België

1. Context

Wanneer een werkgever een elektrische bedrijfswagen ter beschikking stelt die privé wordt gebruikt door een werknemer, wordt dit gewaardeerd op basis van een forfaitair voordeel van alle aard (VAA). Dit VAA omvat ook:

  • Publiek laden → met een laadpas die door de werkgever wordt verstrekt
  • Laden op kantoor → de elektriciteit wordt betaald door de werkgever

Terugbetalingen van thuisladen worden in principe afzonderlijk van het VAA voor de wagen behandeld en belast op hun werkelijke waarde, hetzij als:

  • Belastbare woon-werkvergoeding (met een basisvrijstelling van 500 € voor het inkomstenjaar 2025).
  • Gewoon belastbaar loon (voor andere privéverplaatsingen).
  • Of belastingvrije terugbetaling van kosten eigen aan de werkgever (voor beroepsverplaatsingen).

Er bestaat echter een administratieve tolerantie die toelaat om de kosten voor thuisladen te integreren in het forfaitaire VAA — op voorwaarde dat aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan — zodat er geen bijkomend VAA ontstaat voor het thuisladen.

2. Voorwaarden voor de opname van de elektriciteitskosten van het thuisladen in het forfaitaire voordeel van alle aard (VAA)

De volgende voorwaarden moeten van voldaan zijn:

  1. Vereiste met betrekking tot laadpaal: de laadpaal moet door de werkgever ter beschikking zijn gesteld of een goedgekeurde eigen installatie van de werknemer zijn.
  2. Monitoring: thuislaadpalen moeten over een specifiek communicatiesysteem beschikken om het verbruik te registreren. Dit moet controleerbaar zijn via: Een slimme laadpaal die het kWh-verbruik rechtstreeks aan de werkgever rapporteert,
    Of via een submeter specifiek voor het wagenverbruik.
  3. Car policy: de terugbetaling van elektriciteitskosten moet expliciet worden vermeld in de car policy.
  4. Werkelijke kosten: de terugbetaling moet gebaseerd zijn op de werkelijke elektriciteitskosten. Het bepalen van deze “werkelijke kost” is echter complex door variabele tarieven, zonnepanelen, thuisbatterijen, dynamische prijzen, enz. Hoe kan men in de praktijk toch tot een juiste vergoeding komen?

3. Administratieve tolerantie voor 2025: De referentietarieven van de CREG.

Gezien de complexiteit om de “werkelijke kost” van het thuisladen nauwkeurig te bepalen, werd in de circulaire van 5 december 2024 (2024/C/77) een forfaitaire regeling ingevoerd:

  • In plaats van het bijhouden van de werkelijke kost, kunnen werkgevers een vast bedrag per kWh terugbetalen, met een plafond op basis van de kwartaalreferentietarieven van de CREG:
KwartaalVlaams Gewest (€ cent/kWh)Brussel (€ cent/kWh)Wallonië (€ cent/kWh)
Q1 (januari -maart 2025)28,2232,9432,56
Q2 (april-juni 2025)31,9435,8536,17
Q3 (juli-september 2025)34,5637,8738,43
  • De tarieven gelden per regio, afhankelijk van de woonplaats van de werknemer.
  • Werkgevers kunnen er ook voor kiezen om één tarief toe te passen voor alle werknemers, ongeacht hun woonplaats. In dat geval geldt het laagste maximumbedrag.
  • De referentietarieven van de CREG zijn maximumbedragen. De werkgever kan dus beslissen om een lager tarief toepassen.

4. Permanente verlenging van het gebruik van de referentietarieven van de CREG.

In de circulaire van 5 december 2024 werd vermeld dat deze tolerantie slechts gold tot en met 31 december 2025. De Minister voor Financiën gaf aan dat dit een tijdelijke maatregel was, in afwachting van technologisch geavanceerdere laadoplossingen.

Recent is dit standpunt gewijzigd. Op 17 juni 2025 publiceerde de FOD Financiën de circulaire 2025/C/38, waarin de tolerantie van 2025 permanent werd gemaakt.

Samenvatting

Elke elektrische bedrijfswagen die privé door een werknemer wordt gebruikt, wordt gewaardeerd volgens de regels voor het forfaitaire voordeel van alle aard.

Dit VAA omvat openbaar opladen, opladen op kantoor en thuisladen indien dit voorzien is in de car policy, gemeten en meegedeeld wordt aan de werkgever met een elektriciteitsmeter, en terugbetaald wordt op basis van de werkelijke kost waarvoor de CREG-tarieven permanent mogen worden gebruikt, tot de toepassing ervan zou worden ingetrokken.

Thuisladen valt NIET onder het VAA wanneer deze voorwaarden niet zijn vervuld.

Wilt u meer uitleg over de forfaitaire waardering van het belastbaar voordeel van de bedrijfswagen, de terugbetaling van elektriciteitskosten of heb je een meer algemene fiscale vraag? Neem gerust contact op via tax@propay.be.

Heeft u hulp nodig bij het opstellen of herzien van uw car policy? Neem dan contact met ons op via legal@propay.be.

AANSCHERPING VLAAMS MIGRATIEBELEID VOOR HOOGGESCHOOLDEN EN MIDDENGESCHOOLDEN

AANSCHERPING VLAAMS MIGRATIEBELEID VOOR HOOGGESCHOOLDEN EN MIDDENGESCHOOLDEN

In het Vlaams Regeerakkoord 2024-2029 zet Vlaanderen in op arbeidsmigratie van buiten de EU als sluitstuk voor een arbeidsmarktbeleid dat onder andere gericht is op het invullen van tekorten op de Vlaamse arbeidsmarkt. Hiervoor wordt de nadruk gelegd op hooggeschoolde kennismigratie en op een dynamische lijst van middengeschoolde knelpuntberoepen die een meerwaarde hebben voor de Vlaamse economie en samenleving.

Vlaanderen zet verder in op het vermijden van fraude en misbruik en op het verkorten van doorlooptijden bij de aanvragen voor gecombineerde vergunningen (single permits) voor hooggeschoolden.

Wat kunnen werkgevers in Vlaanderen die personeel van buiten de EU willen aantrekken concreet verwachten?

Grotere inzet op bestrijding van fraude en misbruik

Er zullen meer inspecteurs worden aangesteld bij de Vlaamse sociale inspectie.

De administratieve boetes bij inbreuken zullen worden verhoogd.

Er zal een systeem van data-gedreven fraude-detectie worden opgezet.

Nadruk op arbeidsmigratie van hooggeschoolden

Aanvragen voor gecombineerde vergunningen voor hooggeschoolden worden prioritair behandeld met een verwerkingstijd van maximaal 15 dagen door het Vlaams gewest.

Hooggeschoolden die een functie op een niveau uitoefenen waarvoor geen hooggeschoold diploma vereist is, komen niet langer in aanmerking voor een gecombineerde vergunning voor hooggeschoolden. Voor hen kan nog wel in andere categorieën een gecombineerde vergunning worden aangevraagd, maar daaraan zijn meer voorwaarden verbonden.

Strengere regels voor gecombineerde vergunningen in de categorieën ‘middengeschoolde knelpuntberoepen’ en ‘overige’

Gecombineerde vergunningen zullen alleen nog maar voor middengeschoolden kunnen worden aangevraagd, niet voor kortgeschoolden (VKS2). Een uitzondering hierop zijn de seizoenarbeiders.

In de categorie ‘overige’, moet de werkgever aantonen dat de vacature minimaal 9 weken is gepubliceerd in gedeeld beheer op de website van de VDAB en EURES in de periode van 4 maanden voorafgaand aan de aanvraag voor gecombineerde vergunning. Daarnaast wordt van de werkgever verwacht dat een uitgebreid dossier wordt overlegd met betrekking tot de geleverde inspanningen iemand in België te vinden, waarbij wordt gemotiveerd waarom kandidaten die zich aanboden niet geschikt zijn en waarom werkplekleren niet mogelijk Is.

Voor niet- EU onderdanen in een knelpuntberoep waarvoor een structureel tekort bestaat, blijft de mogelijkheid bestaan om een gecombineerde vergunning aan te vragen, maar slechts als het om middengeschoolde kandidaten gaat. De Vlaamse minister van Werk en Sociale Economie stelt hiervoor elke twee jaar een lijst op, waarop op dit moment 29 beroepen staan. Het gaat dan met name om beroepen in de sectoren bouw, vervoer, verzorging, onderhoud van voertuigen en machines, installatie en onderhoud van elektrische installaties en voeding.

Voor de knelpuntberoepen vermeld op de lijst van de minister hoeft men niet aan te tonen dat er geen geschikte kandidaat op de Belgische markt kan worden gevonden, waardoor voor deze knelpuntberoepen relatief eenvoudig een gecombineerde vergunning kan worden verkregen. Wel moet kwalificatie van de werknemer voor de specifieke functie worden aangetoond.

Betere informatieverstrekking aan arbeidsmigranten over hun rechten en plichten op de arbeidsmarkt en in de samenleving om hen zo te beschermen tegen uitbuiting en hun rechtspositie te verbeteren

Werkgevers zullen worden gesensibiliseerd om zorgvuldig om te gaan met de tewerkstelling van arbeidsmigranten en zullen worden gesanctioneerd bij vastgestelde overtreding.

Gezien de aanscherping van de Vlaamse migratieregels en het verhoogde toezicht, wordt het alsmaar belangrijker om zich goed te informeren bij het tewerkstellen van derdelanders in Vlaanderen.

Pro-Pay kan assisteren met het aanvragen van verschillende types gecombineerde vergunningen en arbeidskaarten voor niet-Europese werknemers.

Aarzel niet om ons te contacteren voor meer informatie en begeleiding via legal@propay.be.

Aanpassing kilometervergoeding vanaf 1 juli 2025

Aanpassing kilometervergoeding vanaf 1 juli 2025

Werknemers die beroepsverplaatsingen maken met hun eigen wagen kunnen van hun werkgever een terugbetaling krijgen van de gemaakte kosten.

Het is niet nodig om het juiste bedrag van deze kosten te bewijzen, aangezien de overheid een maximum forfaitair bedrag per kilometer heeft vastgelegd dat aanvaard wordt als kost eigen aan de werkgever (“kilometervergoeding”). Deze kilometervergoeding is vrijgesteld van sociale zekerheidsbijdragen en belastingen indien het maximumbedrag per kilometer niet wordt overschreden.

Het nieuwe bedrag dat van toepassing is vanaf 1 juli 2025 tot en met 30 september 2025 is 0,4309 EUR per kilometer.

Ter herinnering: het bedrag dat van toepassing was van 1 april 2025 tot en met 30 juni 2025 bedroeg 0,4320 EUR per kilometer. Er is dus sprake van een lichte daling tegenover het vorige bedrag.

Het is alternatief mogelijk om te kiezen voor de jaarlijkse indexering van de kilometervergoeding. Een werkgever kan dus kiezen tussen de driemaandelijkse geïndexeerde bedragen of het jaarlijks geïndexeerd bedrag, dat 0,4499 EUR bedraagt voor de periode van 1 juli 2025 tot en met 30 juni 2026. In het laatste geval moet de werkgever dus hetzelfde bedrag behouden gedurende de hele periode.

Een bijkomende voorwaarde is dat het aantal afgelegde kilometers per jaar niet abnormaal hoog mag zijn (maximum 24.000 km per jaar). Als het aantal kilometers hoger ligt, moet hiervan bewijs geleverd worden.

Deze driemaandelijkse en jaarlijkse geïndexeerde bedragen zijn maximumbedragen. Werkgevers kunnen zonder problemen een lagere vergoeding per kilometer toepassen. Een hogere vergoeding per kilometer is ook mogelijk, maar dan ligt de bewijslast bij de werkgever en de werknemer. Zij moeten bewijzen dat de betaalde vergoeding overeenkomt met de reële kostprijs.

Plafonnering van patronale sociale zekerheidsbijdragen op hoge lonen: mogelijke wijzigingen vanaf juli 2025

Plafonnering van patronale sociale zekerheidsbijdragen op hoge lonen: mogelijke wijzigingen vanaf juli 2025

Werkgevers en werknemers die onderworpen zijn aan de Belgische sociale zekerheid, moeten bijdragen betalen aan de RSZ (Rijksdienst voor Sociale Zekerheid). Werknemersbijdragen bedragen 13,07% van het brutoloon en worden ingehouden op het loon van de werknemer via de loonadministratie.

De patronale bijdragen of “werkgeversbijdragen” worden berekend bovenop het brutoloon en verhogen daardoor de loonkost voor de werkgever. Het percentage van de werkgeversbijdragen varieert naargelang het bevoegde paritair comité: voor bedienden bedraagt dit meestal rond de 27%, maar voor arbeiders kan dit oplopen tot 45% of meer. De werkgeversbijdragen zijn bovendien niet geplafonneerd.

Om de concurrentiekracht van het land te behouden, stelt de regering een nieuwe maatregel voor waarbij werkgeversbijdragen aan de sociale zekerheid worden geplafonneerd vanaf 1 juli 2025.

Werkgeversbijdragen zouden enkel verschuldigd zijn op het deel van het kwartaalloon dat onder een bepaalde drempel valt. Voor lonen boven deze grens zouden er geen basiswerkgeversbijdragen meer verschuldigd zijn.

De drempel waarboven geen RSZ-werkgeversbijdragen meer verschuldigd zouden zijn, moet nog worden bevestigd bij Koninklijk Besluit. Wel is duidelijk dat het om hoge lonen gaat, aangezien we vernomen hebben dat het bruto jaarloon dat in aanmerking genomen wordt voor een plafonnering, 340.000 EUR bedraagt. Dit bedrag zou aan indexatie onderhevig zijn.

Opmerking: Specifieke RSZ-werkgeversbijdragen (zoals het Sluitingsfonds, fondsen voor bestaanszekerheid, enz.) blijven verschuldigd op het volledige loon dat aan sociale zekerheid onderworpen is. Het plafond is evenmin van toepassing op de werknemersbijdragen (13,07%).

Studentenarbeid: waarmee moet men rekening houden in 2025?

Studentenarbeid: waarmee moet men rekening houden in 2025?

Met enkele warme weken achter de rug worden we eraan herinnerd dat de zomervakantie voor de deur staat. Tijd dus om de basisprincipes van studentenarbeid opnieuw op een rijtje te zetten.

Wie komt er in aanmerking voor studentenarbeid?

Een student moet minstens 16 jaar oud zijn (15 jaar indien hij/zij de eerste twee jaar van het secundair onderwijs heeft gevolgd) en onderwijs met een voltijds leerplan volgen. Iemand die een avondcursus volgt komt dus niet in aanmerking voor studentenwerk.

Een student die zijn/haar studies beëindigt in juni en zijn/haar diploma behaalt, kan nog tot en met 30 september van dat jaar werken met een studentenovereenkomst.

Een student die echter tijdens het academiejaar zijn/haar studies beëindigt, wordt niet langer als een student beschouwd en kan geen studentenovereenkomst meer afsluiten, zelfs indien hij/zij niet onmiddellijk zijn/haar diploma ontvangt.

De student mag maximum 12 ononderbroken maanden werken bij dezelfde werkgever.

Lagere solidariteitsbijdrage voor studenten en contingent van 650 uur

Studentenarbeid is onder bepaalde voorwaarden vrijgesteld van gewone sociale zekerheidsbijdragen (ca. 28% voor de werkgever en 13,07% voor de werknemer). Indien aan de volgende voorwaarden voldaan is, is de studentenarbeid louter aan een veel lagere solidariteitsbijdrage (5,42% voor de werkgever en 2,71% voor de student) onderworpen:

  • De student is tewerkgesteld in het kader van een voorafgaandelijk gesloten schriftelijke studentenovereenkomst die de wettelijk verplichte vermeldingen bevat. De studentenovereenkomst is steeds een overeenkomst van bepaalde duur (maximum 12 maanden).
  • * Nieuw * In maart 2025 werd een wetsvoorstel aangenomen dat voorziet in een uitbreiding van het contingent voor studentenarbeid onder solidariteitsbijdrage. Het contingent werd in 2023 en 2024 al tijdelijk verhoogd van 475 uren naar 600 uren, maar zou bij uitblijven van een wettelijke aanpassing terug verlagen naar 475 uren. Met de nieuwe wettelijke aanpassing wordt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2025 het maximaal aantal uren dat kan gepresteerd worden als student onder solidariteitsbijdrage verhoogd naar 650 uren per jaar.

    Indien de student méér werkt dan 650 uur, is vanaf het 651ste uur de solidariteitsbijdrage niet langer van toepassing, maar zullen gewone sociale zekerheidsbijdragen (zoals voor een gewone werknemer) verschuldigd zijn.

    De student kan zijn/haar aantal gewerkte uren opzoeken op Student@work. Daar kan de student een attest met het aantal beschikbare uren downloaden. Wij raden aan om dit vooraf bij de student op te vragen zodat u zeker weet hoeveel uur de student nog aan de voordelige solidariteitsbijdrage bij u kan werken.
  • De student mag alleen werken tijdens periodes waarin hij/zij niet verplicht aanwezig moet zijn in de onderwijsinstelling.
  • De werkgever heeft vóór aanvang van de studentenarbeid een bijzondere Dimona-aangifte voor studenten gedaan. Indien u wenst dat uw Payroll Business Partner deze aangifte doet, licht hem of haar dan minstens twee werkdagen voor de aanvang van de overeenkomst in.

Loon en arbeidsvoorwaarden

U moet minstens het minimumloon, zoals dat voor uw andere werknemers vastgesteld en van toepassing is in de sector (of op het niveau van de onderneming indien er gunstiger regels werden overeengekomen), betalen aan de student, tenzij de sector zelf in een uitzondering voorziet voor studenten. Dat laatste is bijvoorbeeld het geval in PC 200 (aanvullend paritair comité voor bedienden), waar specifieke minimumlonen voor studenten bestaan.

Op de tewerkstelling van studenten zijn in algemene zin dezelfde arbeidsrechtelijke regels van toepassing als op de tewerkstelling van een gewone werknemer. Zo moeten studenten bijvoorbeeld ook een kopie van het arbeidsreglement ontvangen bij hun indiensttreding.

Toch zijn er enkele uitzonderingen op dit algemeen principe. Zo bevat de arbeidsovereenkomst van studenten een proefperiode van 3 dagen; mogen studenten minder dan 1/3 van de wekelijkse arbeidsduur werken (bij een 38 uren week, betekent dit dat studenten minder mogen werken dan 13 uur per week) en is nachtarbeid in de meeste gevallen verboden voor minderjarigen.

Inschrijvingsbewijs

Als werkgever moet u kunnen aantonen dat de tewerkgestelde persoon wel degelijk student is. De RSZ vereist dan ook dat u een inschrijvingsbewijs voor het lopende school- of academiejaar kan voorleggen op hun verzoek.

Om die reden raden wij dan ook ten sterkste aan om aan de student een kopie van zijn inschrijvingsbewijs te vragen vóór de start van zijn overeenkomst en dit te bewaren.

Wat moet u doen als werkgever?

Vóór de indiensttreding van een student:

  • Opvragen inschrijvingsbewijs en attest Student@work
  • Studentenovereenkomst ondertekenen
  • Dimona-aangifte doen -> Informeer Pro-Pay min. 2 werkdagen op voorhand!

Bij indiensttreding: de student een afschrift van het arbeidsreglement bezorgen en hem/haar vragen om een ontvangstbewijs te ondertekenen.

Indien u nog vragen heeft, kunt u gerust contact met ons opnemen.

Indieningstermijnen aangifte personenbelasting aanslagjaar 2025

Indieningstermijnen aangifte personenbelasting aanslagjaar 2025

Het indienen van de belastingaangifte staat weer voor de deur!

Als rijksinwoner van België, woonachtig en werkende in België, bent u verplicht een aangifte in de personenbelasting in te dienen bij de Belgische belastingdiensten.

In deze aangifte vermeldt u al uw persoonlijke gegevens en inkomsten zodat de Belgische fiscale overheid correct uw finale belastingen kunnen bepalen.

De aangifte personenbelasting die u dit jaar dient in te dienen, is gerelateerd aan inkomstenjaar 2024. Individuen die in de loop van 2024 naar België zijn verhuisd en bijgevolg rijksinwoner werden gedurende 2024, moeten dus voor de eerste keer dit jaar hun aangifte personenbelasting in België indienen.

Wij bezorgen u hieronder graag een overzicht van de toepasselijke termijnen om uw aangifte in de personenbelasting in te dienen. Er zijn verschillende deadlines van toepassing, afhankelijk of er specifieke inkomsten in uw aangifte dienen te worden aangegeven en afhankelijk van de manier van indiening (papier of elektronisch). In tegenstelling tot het verleden, hangt de indieningstermijn niet langer af van het feit wie de aangifte indient (uzelf of een belastingadviseur).

Papieren indiening

Indien het de eerste keer is dat u een aangifte indient in België, sturen de Belgische belastingdiensten u in principe een papieren formulier per gewone post in de loop van de maand mei. U kan de brief herkennen aan de grote bruine enveloppe.

Bruine envelop met brief

Indien u deze brief niet spontaan ontvangt van de Belgische overheid, is het uw persoonlijke verplichting om op eigen initiatief het formulier aan te vragen bij uw lokaal belastingkantoor. Het is aangeraden om dit begin juni aan te vragen om uzelf voldoende tijd te gunnen de aangifte tijdig in te dienen.

De papieren aangifte in de personenbelasting dient ten laatste op 30 juni 2025 bij de Belgische belastingdiensten toe te komen.

Elektronische indiening

Daarnaast is het mogelijk uw aangifte in de personenbelasting elektronisch in te dienen via Tax-On-Web (MyMinFin). Wanneer u de aangifte elektronisch indient, is de uiterlijke indieningstermijn 15 juli 2025.

U kan zich eenvoudig aanmelden via MyMinFin via uw e-ID met gebruik van de “itsme” applicatie.

Speciale gevallen

  1. Aangifte personenbelasting met specifieke inkomsten

Indien uw aangifte personenbelasting specifieke inkomsten bevat en u dient de aangifte elektronisch in, is een verlengde indieningstermijn van toepassing, namelijk 16 oktober 2025.

De verlengde indieningstermijn is van toepassing indien u zich in één van volgende situaties bevindt:

  • Uw aangifte bevat zelfstandig inkomen of buitenlands professioneel inkomen;
  • U geeft voor de eerste maal in uw aangifte één of meerdere van onderstaande zaken aan:
    • Een buitenlands onroerend goed
    • Een onderhoudsuitkering ontvangen van of betaald aan een persoon in het buitenland
    • Een lening afgesloten in het buitenland
    • Een juridische constructie
    • En/of de toepassing van het bijzondere belastingstelsel der ingekomen belastingplichtigen of ingekomen onderzoekers

Indien u zich in één van bovenstaande specifieke situaties bevindt, maar u dient uw aangifte niet elektronisch in, dan blijft de papieren indieningstermijn van 30 juni 2025 gelden.

  1. Voorstel van Vereenvoudigde Aangifte (VVA)

Het gebeurt regelmatig dat de Belgische belastingdiensten een VVA versturen, op basis van de gegevens die de overheid ter beschikking heeft. In het geval u zo’n VVA ontvangt, dient u in principe geen aangifte in te dienen.

U dient echter wel nog steeds te verifiëren of het VVA correct en volledig is:

  1. In geval uw VVA correct en volledig is, dient u geen actie te ondernemen. U hoeft niets te doen.
  2. Indien uw VVA echter niet correct en/of onvolledig is, dient u het VVA te corrigeren en/of te vervolledigen:
    1. Ofwel online via MyMinFin: deadline 15 juli 2025 is van toepassing.
    2. Ofwel via gebruik van het papieren formulier (in het geval u het VVA via post heeft ontvangen): deadline van 30 juni 2025 is van toepassing.

Vanaf 28 april 2025, wanneer Tax-on-Web opent, kunt u de details van uw voorgestelde aangifte verifiëren.

Assistentie gewenst!

Neem gerust contact op via tax@propay.be indien:

  • U meer informatie wenst in verband met uw persoonlijke inkomstenbelasting;
  • U een opleiding over dit onderwerp wenst te organiseren voor uw medewerkers;
  • U assistentie wenst bij de voorbereiding en indiening van uw aangifte personenbelasting.

Buitenlands talent aantrekken: het bijzonder belastingstelsel voor ingekomen belastingplichtigen en ingekomen onderzoekers

Buitenlands talent aantrekken: het bijzonder belastingstelsel voor ingekomen belastingplichtigen en ingekomen onderzoekers

Verschillende regeringen in België onderzoeken momenteel manieren om buitenlands talent aan te trekken om structurele tekorten op de Belgische arbeidsmarkt aan te pakken.

In deze context blijft het bijzonder belastingstelsel voor ingekomen belastingplichtigen en ingekomen onderzoekers een zeer gunstige maatregel.

Waar gaat het over?

Het bijzonder belastingstelsel voor ingekomen belastingplichtigen en ingekomen onderzoekers is door de Belgische regering ingevoerd op 1 januari 2022 en is een vervanging van het bijna 40 jaar oude ‘bijzonder belastingstatuut voor buitenlandse kaderleden’. Dit nieuwe stelsel is inmiddels bij wet ingevoerd en biedt dus meer rechtszekerheid dan het oude regime, dat gebaseerd was op een administratieve circulaire.

Het bijzondere belastingstelsel is een zeer doeltreffende maatregel om de loonkosten voor de onderneming te verlagen voor haar in België werkzame werknemers/bedrijfsleiders die in aanmerking komen.

Wat zijn de voordelen?

Terugkerende kosten

De werkgever mag de betrokken persoon een belastingvrije vergoeding (de zogenaamde ‘kost eigen aan de werkgever’) betalen gelijk aan maximaal 30% van de bruto bezoldiging.

Deze kost eigen aan de werkgever is geplafonneerd op maximaal 90.000 EUR per jaar. Dit plafond moet pro rata worden berekend op basis van het aantal dagen in geval van onvolledige jaren.

Deze terugkerende kosten zijn van toepassing zonder dat hiervoor bewijs moet worden geleverd.

Hieronder kan u een hypothetisch voorbeeld terugvinden:

Zonder toepassing van het bijzonder belastingstelselMet toepassing van het bijzonder belastingstelsel
Bruto bezoldiging130.000100.000
(Minus) Belgische sociale zekerheid voor werknemers
Belastbare bezoldiging113.00986.930
(Minus) Belgische inkomstenbelastingen
(Plus) Kost eigen aan de werkgever030.000
Netto bezoldiging64.34782.220
Kosten voor de onderneming (geschatte sociale werkgeversbijdragen van 27,5%)165.750157.500

Niet-terugkerende kosten

Naast de terugkerende kosten kan de werkgever ook de niet-terugkerende kosten ten gevolge van de tewerkstelling in België ten laste nemen, zoals:

  • Verhuiskosten naar België;
  • Kosten in verband met het bemeubelen van de woning in België tijdens de eerste 6 maanden vanaf de aankomst van de betrokken persoon in België (geplafonneerd op 1.500 EUR);
  • Schoolkosten van de kinderen in België.

Het bedrag en het werkelijk karakter van deze niet-terugkerende kosten moeten worden bewezen met bewijsstukken.

Wat zijn de voorwaarden?

In aanmerking komende werkgever

Ten eerste moet de werkgever in aanmerking komen. De werknemer moet ofwel:

  • Rechtstreeks aangeworven zijn in het buitenland door:
    • Een binnenlandse vennootschap, of
    • Een Belgische inrichting van een buitenlands vennootschap, of
    • Een nationale of internationale vzw.

Of

  • Gedetacheerd worden door een buitenlandse groepsvennootschap die deel uitmaakt van een multinationale groep naar:
    • Een of meer binnenlandse vennootschappen, of
    • Een of meer Belgische inrichtingen van een buitenlandse vennootschap die deel uitmaakt van dezelfde multinationale groep, of
    • Een nationale of internationale vzw.

In aanmerking komende werknemer of bedrijfsleider voor ingekomen belastingplichtigen

De werknemer of bedrijfsleider moet een belastbare, bezoldigde activiteit uitoefenen in België.

Bedrijfsleiders van ‘categorie 1’ (bestuursmandaat en gelijkaardige functies belast met het dagelijks bestuur) en ook bepaalde bedrijfsleiders van ‘categorie 2’ (bestuurders die een leidinggevende functie/activiteit van dagelijks bestuur van commerciële, financiële of technische aard uitoefenen) kunnen in aanmerking komen.

De volgende voorwaarden moeten gelijktijdig worden vervuld door de betrokkene persoon:

  1. Tijdens een periode van 60 maanden voorafgaand aan het begin van de tewerkstelling in België mag deze persoon
    1. geen Belgisch rijksinwoner zijn geweest en
    2. niet binnen een afstand van 150 km van de Belgische grens hebben gewoond en
    3. niet belast zijn als niet-inwoner voor beroepsinkomsten in België.

  1. De betrokken persoon moet een bruto bezoldiging ontvangen van meer dan 75.000 EUR voor diensten geleverd in België tijdens een kalenderjaar.

    Deze drempel wordt pro rata berekend in geval van onvolledige jaren (start-/einddatum van de Belgische tewerkstelling in de loop van het kalenderjaar).
  2. De werkgever moet het akkoord krijgen van de Belgische belastingadministratie voor de betrokken persoon.

    De werkgever moet een aanvraag indienen bij de Belgische belastingadministratie binnen 3 maanden vanaf het begin van de tewerkstelling van de betrokken persoon in België. Laattijdige indiening is niet mogelijk.

In aanmerking komende werknemer voor ingekomen onderzoekers

Er werd een apart stelsel ingevoerd voor ingekomen onderzoekers die in aanmerking komen. Alleen werknemers komen in aanmerking voor dit stelsel, bedrijfsleiders niet.

Een ingekomen onderzoeker is een werknemer die:

  • Alleen of in groep onderzoeksactiviteiten verricht met een wetenschappelijk, fundamenteel, industrieel of technisch karakter binnen een laboratorium of een onderneming die een of meer programma’s inzake onderzoek en ontwikkeling uitvoert, gedurende ten minste 80% van zijn/haar werktijd.
  • In het bezit is van een PhD of masterdiploma in STEM (Science, Technology, Engineering and Mathematics) of 10 jaar relevante werkervaring kan aantonen.

Een minimum bruto jaarbezoldiging is niet vereist voor ingekomen onderzoekers.

De andere voorwaarden zijn dezelfde als die voor het bijzonder belastingstelsel voor ingekomen belastingplichtigen.

Beperkt in tijd

Het bijzonder belastingstelsel is beperkt in de tijd. Het stelsel geldt voor een initiële periode van 5 jaar. Een verlenging van de toepassing van het stelsel kan worden aangevraagd voor een bijkomende periode van drie jaar. De totale duur van het stelsel bedraagt dus 8 jaar.

Het bijzonder belastingstelsel eindigt voor de betrokken persoon indien niet langer aan de voorwaarden wordt voldaan (de voorwaarden voor de werkgever/onderneming; de minimum bezoldiging van 75.000 EUR voor ingekomen belastingplichtigen; of het minimum van 80% van de werktijd aan R&D-programma’s voor ingekomen onderzoekers).

Mogelijke toekomstige veranderingen?

In het nieuwe federale regeerakkoord is aangekondigd dat het bijzonder belastingstelsel nog aantrekkelijker zal worden gemaakt. Dit zou worden bereikt door de niet-belastbare kost eigen aan de werkgever te verhogen van 30 naar 35%, en het huidige plafond van 90.000 EUR af te schaffen. Daarnaast zou de vereiste minimum bruto bezoldiging worden verlaagd van 75.000 EUR naar 70.000 EUR. We houden u op de hoogte zodra er meer details beschikbaar zijn over de implementatie van deze wijzigingen.

Tijd voor actie!

Stuur gerust een e-mail naar tax@propay.be indien:

  • U meer informatie wenst te ontvangen over het bijzonder belastingstelsel;
  • U hulp wenst bij het opstellen en indienen van de aanvraag voor het bijzonder belastingstatuut.

Nieuwsflits FLA : nieuw uitstel voor de registratie van opleidingen – 2025

Nieuwsflits FLA : nieuw uitstel voor de registratie van opleidingen - 2025

In onze nieuwsflits van januari, hebben we u ingelicht over het laatste uitstel tot 1 april 2025 van de registratie van opleidingen in de Federal Learning Account (« FLA »). Een wetsvoorstel werd goedgekeurd op 27 maart 2025, waardoor deze deadline opnieuw wordt uitgesteld, deze keer tot 1 september 2025. Hieronder dus een nieuwe stand van zaken.

Even ter herhaling : Voor dit nieuwe uitstel moest elke werkgever ten laatste op 1 april 2025 in de FLA alle opleidingen registreren die werknemers gevolgd hebben sinds 1 januari 2024.

Uitstel van de FLA en verplichtingen van de werkgevers

De registratie in de FLA is dus uitgesteld tot 1 september 2025. Tot die datum hebben werkgevers de keuze om:

  • De opleidingen die gevolgd werden vanaf 1 januari 2024 te blijven registreren in de FLA;

of

  • Deze opleidingen bij te houden in een individuele opleidingsrekening. Dit is een papieren of elektronisch formulier waarin het opleidingskrediet van de werknemer wordt bijgehouden

Voor meer informatie over de opleidingsrekening en de formaliteiten die gerespecteerd moeten worden bij de opmaak verwijzen wij naar onze nieuwsbrief.

Naar een vervanging van de FLA ?

De federale regering heeft het voornemen bekendgemaakt om de FLA te vervangen door een « eenvoudiger administratief systeem ». Tot op heden hebben we geen idee hoe dit er zal uitzien maar we volgen dit van nabij op en houden u op de hoogte.

Opgelet : De eventuele vervanging van de FLA heeft geen invloed op het individuele opleidingsrecht en ontheft de betrokken werkgevers er niet van om een jaarlijks opleidingsplan op te maken. Voor meer informatie verwijzen we naar onze nieuwsbrieven van 12/03/2024 en 21/10/2024.

Actiepunt ?

Hoewel de deadline is uitgesteld, raden wij aan om de opleidingen die vanaf 1 januari 2024 zijn gevolgd in de FLA te blijven registreren. Op deze manier bent u zeker dat alles tijdig geregistreerd is tegen de nieuwe deadline.

Indien u vragen heeft over onze dienstverlening met betrekking tot de FLA of de hieraan verbonden tarieven, aarzel dan niet om ons te contacteren via legal@propay.be.